Hoe voeg ik een indicator toe?
Indicatoren kunnen op verschillende manieren aan Trading Station worden toegevoegd:
Door met de rechtermuisknop op de grafiek te klikken en te kiezen voor 'Indicator toevoegen'
Door te klikken op 'Invoegen' >> 'Indicator toevoegen' in de werkbalk helemaal bovenaan de pagina:

Door te klikken op het 'Indicator toevoegen' icoon op de grafiek werkbalk:

Nadat u één van deze methodes heeft gebruikt om een indicator toe te voegen, zult u dit scherm te zien krijgen:

Indicatoren zijn georganiseerd in categorieën op basis van ontwerp en functie. U kunt naar specifieke indicatoren zoeken met behulp van de zoekbalk bovenaan dit scherm.
Nadat u de indicator van uw keuze hebt geselecteerd, wordt u gevraagd de eigenschappen ervan in te voeren

Parameters is waar u specificeert wat u precies wilt dat de indicator volgt en hoe u wilt dat hij eruit ziet. U vindt de instellingen onderverdeeld in categorieën zoals berekening, uiterlijk en stijl. Om een wijziging aan te brengen, klikt U eenvoudigweg op het vakje van de gewenste parameter. Er zal vaak een menu zijn dat moet worden aangeklikt in de rechterbenedenhoek van het vakje, zoals in het geval van de kleurselectie.
Het tabblad Gegevensbron wordt gebruikt om de indicator te vertellen waar hij zijn informatie vandaan moet halen. Indicatoren kunnen gegevens ontlenen aan een groot aantal bronnen. Hier geeft u aan welke getallen worden gebruikt voor de berekening. De meest populaire bron van gegevens onder handelaren is de slotkoers, of de laatste koers van een periode. Close is standaard ingesteld als de gegevensbron voor indicatoren.
Met de tab Locatie kunt u kiezen waar de indicator wordt weergegeven. Opties zijn over het algemeen op de grafiek zelf, in een apart gebied onder de grafiek, evenals op andere indicatoren die u reeds hebt ingesteld. Bijvoorbeeld, indien U wenst dat uw RSI ook enkele Moving Averages bevat, dan zou U de Locatie van uw EMA of SMA instellen op RSI. Om een indicator in te stellen in een gebied onder de grafiek, vinkt u eenvoudig het vakje bovenaan de tab Locatie aan.
Een voorbeeld van een grafiek met verschillende indicatoren:

Actieve indicatoren worden getoond in de linker bovenhoek van de plaats waar ze zijn ingesteld. In de bovenstaande grafiek zijn er verschillende Voortschrijdende Gemiddelden en een SAR ingesteld op de grafiek, en een MACD en RSI ingesteld in een apart gebied onder de grafiek. De layout van de indicatorlabels is: NAAM(Symbool, Periode). De indicatoren zijn ook gelabeld in de kleuren die het beste passen bij hun profiel, zodat ze gemakkelijk te herkennen zijn. Als ik bijvoorbeeld vergeet welke van de lijnen op mijn grafiek de 200 periode MVA is, kan ik gewoon naar de labels kijken en zien dat het de blauwe is.
Om een reeds ingestelde indicator te bewerken, klikt u met de rechtermuisknop op het label van de indicator die u wilt bewerken. Dit zal het eigenschappen scherm van de indicator oproepen